ZORGVISIE

Onze school streeft ernaar om zorg te dragen voor elk van haar leerlingen en is bekommerd om het welbevinden en de betrokkenheid van elk kind.

De zorg kan gaan naar het cognitieve vlak (hoofd – kennis), naar het socio-emotionele vlak (hart – gevoel, welbevinden) of naar het psychomotorisch vlak (handen – motoriek, creativiteit).

Elke leerkracht heeft oog voor de specifieke noden van ieder kind, zorgt voor een veilig klasklimaat en differentieert naar inhoud, materiaalgebruik, tijd en werkvormen opdat elk kind maximale ontwikkelingskansen krijgt om kennis, waarden en vaardigheden te verwerven.
Zorg is een opdracht voor gans het team!

VERSCHILLENDE FASES IN DE ZORG

Fase 0: brede basiszorg of zorgbreed werken in de klas.
De klasleerkracht is verantwoordelijk voor haar klasgroep en is de spilfiguur in het zorgbeleid.
Ze biedt basisleerstof aan, zoekt aangepaste activiteiten, heeft oog voor de zwakkere leerlingen en geeft hen tijd om op eigen tempo de leerstof te verwerven. Dit doet ze door herhaling, extra instructie, extra materialen, … Voor de meer begaafde leerlingen wordt uitbreiding en/of verdieping voorzien.
De klasleerkracht werkt preventief! Ze organiseert haar klas en werkvormen flexibel zodat ze op eenvoudige zorgvragen vlot kan inspelen. Zelfstandig werken, zelfsturing en initiatief van de leerlingen worden bevorderd.

Fase 1: verhoogde zorg
De klasleerkracht kan steeds beroep doen op de zorgleerkracht voor extra ondersteuning in de klas. De zorgjuf helpt mee bij doe-activiteiten (meetopdrachten, …)
De zorgjuf kan voor extra materiaal, aangepaste oefeningen en toetsen, eventueel hoeken- en contractwerken zorgen.
De zorgjuf staat in voor de individuele afname van (lees-)toetsen en wordt ingeschakeld bij leesactiviteiten in heterogene groepen.
De zorgjuf kan een kleine groep leerlingen begeleiden, maar het kan ook dat ze een hele klas overneemt zodat de klasleerkracht overlegmomenten met collega’s of externe hulpverleners, MDO’s of oudergesprekken kan houden.
De klastitularis en zorgjuf worden in het zorgbeleid geholpen door de schooldirecteur: als eindverantwoordelijke is zij op de hoogte van alle gegevens.
U kunt met alle vragen bij haar terecht.

Fase 2: uitbreiding van zorg
Drie maal per jaar worden de klasgroepen uitgebreid besproken tijdens een MDO (multidisciplinair overleg met directie, CLB-medewerkster, zorgleerkracht, eventueel externe hulpverleners en ouders/opvoeders).
Na analyse van toetsen, LVS- of methodegebonden of vanuit observaties worden hier de zorgvragen besproken en afspraken gemaakt rond verdere begeleiding van de leerlingen. Bv.: doorverwijzing naar logopedie, psychomotorische therapie, …
We houden op school een leerlingvolgsysteem-dossier bij van elk kind: hierin staan alle afspraken , handelingsgerichte initiatieven, …genoteerd. Zo proberen we de continuïteit te bewaren in de geboden zorg voor ieder kind.

Fase 3: schooloverstijgende zorg – overstap naar een school op maat
Soms is het noodzakelijk om externe hulpverleners in te schakelen (CLB, logopedisten, psychomotorische therapeuten, …).
Wanneer we dit adviseren, worden de ouders hierover geïnformeerd tijdens een individueel onderhoud.
Een verwijzing naar het CLB gebeurt steeds vanuit de bezorgdheid van het team om de best mogelijke zorg voor het individuele kind te bekomen.
Via een algemene niveaubepaling proberen we te achterhalen welke hulpmiddelen het best werken voor het kind bv.: is het eerder geholpen met visuele materialen, of heeft het meer aan auditieve hulpmiddelen, heeft het kind baat bij 3D-materialen of juist niet, …
Om te weten te komen of een kind eerder ruimtelijk, visueel dan wel auditief geholpen moet worden is een IQ-test altijd een goede indicator.
Samen met het CLB en de ouders gaan we op zoek naar een aangepast leertraject voor het kind.
Leerhulp buiten de school wordt aangeraden als de nodige middelen of deskundigheid voor het begeleiden van de leerling niet meer binnen de mogelijkheden, de draagkracht van de school ligt.
Bv.: behandeling in een revalidatiecentrum (=kortweg REVA genoemd).